Zolang als we niet fietsen, zijn we gewoon toeristen – en daarna misschien ook maar toch anders. Nu lopen we door Sevilla, soms letterlijk omringd door Chinezen, vooral in de straatjes rond kathedraal en Alcazar.
Wat zien we? Bijvoorbeeld het fraaie Casa de Salinas, een zestiende-eeuws stadspaleisje dat eind negentiende eeuw “in Moorse stijl” gerestaureerd is (dwz met een ratjetoe aan Alhambra-achtige elementen). Onze rondleidster spreekt met groot ontzag over de familie Salinas; op het feest na voltooiing van de restauratie in 1905 was ook het koningspaar aanwezig en toen is er een aanslag op hen gepleegd! (grote ogen) door anarchisten! (“dat waren terroristen!”)
Ineens ligt daar een pracht van een Romeinse mozaïekvloer: die is uit Italica, de Romeinse stad vlakbij, geboorteplaats van Trajanus en Hadrianus.
En we gaan naar de Plaza d’Espagna, eveneens in gezelschap van heel veel Chinezen. Die Plaza is van 1929, ontworpen door een Sevillaanse architect die er naam mee gemaakt heeft. Een gigantisch geheel van torens, trappen, bruggetjes, zuilen, tegeltableaus, Moorse decoratie en nog veel meer. Terwijl we er rondlopen krijgen we last van een steeds sterkere associatie met Disneyland. De beroemde tegeltableaus, gewijd aan alle Spaanse provincies, zijn schaamteloos nationalistisch, een beetje zoals onze vaderlandse schoolplaten van driekwart eeuw geleden. Dat klopt dus wel.



