Het moest ons niet nóg een keer overkomen, een hele middag in de hitte fietsen. En het is ons niet overkomen want zaterdag waren we al voor één uur in het mooie Andalusische plaatsje Almaden de la Plata. Met zijn Torre del Reloj.
En toen we daar vanochtend vertrokken, was het nog lekker koel.

Op weg naar Olalla (voluit Santa Olalla del Cala) genieten we volop van het landschap. Maar bij het dalen wel uitkijken voor de ‘curvas peligrosas’. Het asfalt houdt aan de rand van de weg vaak abrupt op en ernaast is het dan een meter dieper.
Overal vallen de roodbruine stammen van de kurkeiken op: hun schors zit alleen nog op de takken, de stam is kaal en glad. En daar heb je de beroemde zwarte Iberische varkens die alleen eikels eten (dat levert de beste jamón op, zegt men). Wat hebben die het hier goed. We denken terug aan vorig jaar toen we de varkens in een andere beroemde jamonstreek (rond Teruel) konden horen jammeren in hun gloeiend hete stallen met golfplaten daken.

Als toetje, al bijna in onze etappeplaats Monesterio, een rode wouw boven ons. Mooi beest; helaas hebben we geen telelens.


