We willen in Mérida, in de Romeinse tijd de belangrijkste stad op het Iberisch schiereiland, een rustdag houden.
Maar om er te komen moeten we eerst nog een etappe van 70 km door de Extremadura afleggen. Vroeg op pad, maar het eerste stuk naar Los Santos de Maimona blijkt onverhard en schiet totaal niet op. Er lopen pelgrims die op weg zijn naar Santiago. Lopen bij deze temperatuur…
Na Los Santos gaat het sneller: verhard, licht glooiend en veel dalend. We zien vooral olijfgaarden met daartussen wijngaarden. Veel druiven zijn dood, ook die kunnen niet tegen de extreme droogte.
We komen door Almendralejo en Arroyo de San Servan, door ons misprijzend “parels van de Exremadura” genoemd: zó lelijk.
In Mérida blijken bijna alle accomodaties volgeboekt ivm de naderende nationale feestdag. Het hotel dat we op het oog hebben heeft plek voor één nacht en misschien voor twee.
Vannochtend bleek dat we toch moesten verkassen. Maakt niet uit, de hele dag de tijd. Eerst naar de “tempel van Diana”.
We bekijken onder andere het Casa Mitreo met niet alleen een mooie mozaïekvloer maar ook een prachtig bewaard gebleven fresco in een graftombe.
Uiteindelijk blijkt één dag veel te kort om alles van het oude Mérida te bekijken. Het werd al in de Oudheid niet voor niets “Het Spaanse Rome” genoemd. We brengen nog een kort bezoek aan het werkelijk schitterende museum, dat geheel in stijl deels op en om oude fundamenten is gebouwd.
Van binnen is het één ruimte waardoor je bv opgehangen mozaiekvloeren op verschillende manieren kunt bekijken.
Geweldig museum! Lang niet alles gezien.




