Dertig uur op de veerboot, van Venetië naar Igoumenitsa, en het eerste dat ons opvalt als we hier beginnen te fietsen: de geuren! Er bloeit al zoveel. Brem, kruiden, citroenbomen, zelfs al rozen; en de bloemen van de oleanders staan op springen. Als we op de boot al iets roken dan was dat de vette dieselrook die boven dek negen aan de achterzijde van het schip uitgebraakt werd.
Precies daar was de Okeanos-bar, de enige bar op een buitendek, met lekkere banken en witte tafeltjes. Die lagen vol met roet en zwarte vlokken, grote en kleine. Daar zaten de chauffeurs. De boot vervoerde maar een stuk of tien toeristen, bijna allemaal gepensioneerden; de rest van de passagiers bestond uit vrachtwagenchauffeurs. Die hadden de beroete tafeltjes vol bier staan, ze hoefden immers pas te rijden als ze in Griekenland waren.
Nu staan we met het tentje aan zee, op een kleine, paradijselijke camping. Aan de overkant ligt Korfoe. Het zeewater is nog koud maar zwemmen kán.
Eigenlijk is dit meteen al een plek om te blijven maar we komen hier om te fietsen. We hebben vanaf de haven pas acht kilometer gefietst: één klim en daarna één afdaling.


