Patras heeft niet zo’n goede naam. Grotere Griekse steden sowieso niet: te vuil, te onoverzichtelijk, te riskant. Maar wij waarderen deze stad na een paar dagen nog steeds. Er zijn ook heel mooie murals, bijvoorbeeld deze twee:
De eerste spreekt voor zich; jammer dat niet duidelijk is wie of wat er aan de molen draait die bankbiljetten omzet in kogels. Maar misschien is dat ook niet de bedoeling. Wie er op de tweede murals afgebeeld is (een flatgebouw hoog!) hoef ik natuurlijk niet te zeggen.
Maar het moment is gekomen om Griekenland te verlaten en weer op de boot naar het noorden te stappen. We hebben er een heerlijk voorjaar doorgebracht. We hebben gezien en ervaren dat Griekenland nog leeft, dat het niet helemáál kapot gemaakt is de afgelopen acht jaren. Jaren van telkens nieuwe draconische bezuinigingen, nodig om de schulden aan de Europese banken te kunnen betalen. Nog is het niet voorbij: voor het laatste “steunpakket” heeft het land weer moeten instemmen met nog meer maatregelen die vooral de mensen treffen die al zoveel te verduren gehad hebben. Maatregelen waartegen ook nog steeds geprotesteerd wordt. We hebben dorpen gezien waar niemand meer geld heeft, waar geen winkeltje of taverna het heeft kunnen volhouden. Als je werkloos wordt, krijg je hier ongeveer € 370 per maand; één jaar lang. Daarna krijg je helemaal niets meer. Bijstand bestaat hier niet. En 9 op de 10 hebben er na een jaar (of twee, of meer) nog steeds geen werk. Pensioenen zijn al heel karig en worden voortdurend verder verlaagd. Bijna de helft van de bevolking leeft intussen onder de armoedegrens.
Yássou Elláda, we komen zeker weer terug. Hopelijk gaat het dan beter met jullie, al ziet het daar nu absoluut niet naar uit. Maar jullie overleven altijd. En jullie blijven de warme, vriendelijke, vrijheidslievende mensen die we (op één uitzondering na) hebben leren kennen.
Joos en Rienke



