Na veel kunst- en vliegwerk met de haardroger van de B&B krijgen we de was tóch droog – en de fietsen staan nog netjes op hun plek beneden aan de hoge rots. Over een fraaie kustweg verlaten we Gaeta. Best wel veel verkeer trouwens. Er duiken een paar tunnels op; nou, daar schrikken we niet meer van, we hebben toch zeker onze flitsende achterlichten?
Dan, midden in een tunnel, weet ik plotseling niet meer waar ik precies ben op de weg. Er is vrijwel geen verlichting en ik heb mijn zonnebril op. Uit angst om de rand te raken wijk ik uit naar het midden. Achter me roept Rienke, die dat ziet. In lichte paniek ruk ik de zonnebril af. Dat is net genoeg om weer in het juiste spoor te komen. Pfff.
In het toeristische Speralunga, met fenomenaal uitzicht naar zee en landinwaarts, eten we genoeg om nog een tijdje verder te kunnen. Maar de weg wordt lastig. Eerst veel kleine weggetjes tussen plastic kassen door om de verkeersweg te vermijden; dan de eindeloze Lungomare van Terracina met de ene Lido na de andere, trieste verlaten kermissen, bumper aan bumper geparkeerde auto’s van strandbezoekers. Is het hier nog ergens leuk? Jawel: de Dream camping.
Een soort camping Bakkum is het. Allemaal vaste standplaatsen van families, schitterende bouwsels rond een oude stacaravan of hut als kern. We krijgen een ongebruikte plek in zo’n straatje toegewezen. Het lijkt wel een stukje volksbuurt in Napels. Rondom ons spelen zich scènes uit oude Italiaans-realistische films af; alleen de kleding van de personages is min of meer 2019.
Zondag vervolgen we onze route langs de kust en nu is het echt een pandemonium. Alleen nog maar lido’s, villagio’s, residenzias. En we zitten opgesloten tussen de auto’s. We snappen het wel: deze kust is prachtig en het is zondag, iedereen wil hierheen. Maar voor ons gaat dit zo niet. In Sabaudia kunnen we één kilometer landinwaarts: doodstil! Rustige, beschaduwde wegen.
Over het erf van een boerderij met mooie mozzarellabuffels onder een plastic afdak. Arme dieren; hoe de onbruikbare stierkalfjes aan hun einde komen, moet je niet willen weten.
Een stukje kunnen we zo naar het westen en dan houdt het op: als we hier verder willen, moeten we de fietsen een paar kilometer door het duinzand slepen. Iets dieper landinwaarts dan.
Daar wordt ons de weg afgesneden door een uit de hand gelopen bermbrand. Alle auto’s keren om dus dat doen wij ook maar. Nóg verder landinwaarts loopt de volgende weg naar het westen: een gewone weg maar zo druk als een Nederlandse snelweg en er wordt ook even hard gereden.
Nóg verder weg van de kust dan. Daar loopt nog een weg van oost naar west en die is lekker stil! Het landschap is ineens zo anders, valt ons op. Dit is de Agro Pontino: de voormalige Pontijnse moerassen, drooggelegd onder Mussolini. Met in het midden de stad Latina, geheel nieuw gebouwd in de jaren ’30. Daar hebben we een B&B. De stad komt vrij naargeestig over, soort Sovjet-architectuur.
Later zie ik ook wel iets van het streven naar ruime, openheid en helderheid, de positieve kant van die architectuur. Ons B&B ligt op de eerste verdieping in een woonblok. Groot, kaal. Best “typisch Latina”.





