Toen wij uit Amsterdam vertrokken… was het net zulk miezerig petweer als de dagen ervoor. Regenjas, regenbroek en regenschoenen aan. We fietsen binnendoor door Waterland naar Monnickendam, want de dijk voorbij Durgerdam is afgesloten vanwege dijkverhoging. Met die eeuwenoude dijk verdwijnt een mooi stuk cultureel erfgoed terwijl dijkverhoging daar op die plek nergens voor nodig is.
In Monnickendam in De Waegh treffen we de eerste blije ondernemer die geld verdient aan toeristen. Hij begeleidt Duitsers en Amerikanen op fietstochten door Holland. Amerikanen zijn er nog niet, maar Duitsers wel, en die vinden alles leuk.
Als we weer op de fiets stappen is het zowaar droog. De tocht gaat verder door voor ons bekend terrein naar het noorden. De haven van Volendam ziet er mooi uit nu er weinig toeristen zijn. We hebben de wind wel tegen maar het waait niet heel hard. In Hoorn vergeten we langs het standbeeld van onze held Coen te gaan; Joos had er nog wel tegenaan willen pissen. Na 70km zijn we in Enkhuizen, onze bestemming voor vandaag. Morgen gaan we van hier met de boot naar Staveren.
De grote camping Enkhuizer Zand aan de wallen is ontmanteld, maar camping De Vest is wel open. Je moet via internet boeken en minimaal voor twee nachten. Dat doen we dus niet, we zetten de tent gewoon neer en zien wel wat er van komt. Als we later de beheerder tegen het lijf lopen vindt hij het allemaal geen enkel probleem: we staan niet op een trekkersplek maar op een plek die door iemand anders was gereserveerd maar dat geeft allemaal niks en hij lost het wel op.
In het strandpaviljoen waar we later op de avond een hapje eten, hangt een uitgelaten sfeer. Ook hier is iedereen duidelijk blij dat er nu in ieder geval weer wát kan!

