’s Nachts horen we telkens regen op de tent. Als we opbreken, is die nog kletsnat. Zó gaat hij dan ook de zak in. “Nassezeltentag!” noem ik deze dag en de hele Wiese is het daarmee eens. De laatste bui wachten we af in de gemeenschappelijke keuken und dann geht’s los.
Langs de lokale beeldengroep, van mannen die aan de dijk werken. Een heel oud gezegde in deze streek luidt: Wer nicht will dieken der mutt wieken. Als je hier wil blijven wonen dan moet je wel mee helpen het water achter de dijk te houden. Niet alleen de Hollanders, Zeeuwen en Friezen hadden hun strijd tegen het water.
Met rugwind zoeven we nu over stille wegen naar Wischhafen. Door heel plat en heel leeg land met soms een mooi oud huis. In Freiburg stoppen we niet aan het pittoreske oude haventje, tot ontsteltenis van een dame op een bankje bij de viskraam. Ze steekt vertwijfeld haar armen omhoog als we voorbij snellen. Vijf kilometer verder ineens een lange rij stilstaande auto’s die op de veerboot wachten. Een grapjas gebaart dat we achter moeten aansluiten.
Deze Elbefähre kan nog geen tien procent van de auto’s meenemen die stonden te wachten maar wij als fietsers zijn snel aan de overkant. De Elbe is hier nog steeds indrukwekkend breed: veertig kilometer vanaf de monding en nog kun je de overkant nauwelijks zien.
En dan langs de andere oever terug naar het westen. Pal tegen de wind in die van over het wijde water tegen ons op knalt. Even gaat dat nog, in laag tempo. Maar zo duurt het wel drie uur voor we de eerstvolgende camping bereiken. Stop! Overleg. Acht kilometer landinwaarts ligt een kleine boerderijcamping aan het zijriviertje de Stör. Met de wind van links is die snel te bereiken. Doen we.
We komen bij Klaus, een boer die alleen dankzij zijn campinkje kan overleven. Een paar campers en tenten in de boomgaard en rond de mooie grote vijver. Onze buurman is een jongeman uit München die bij BMW aan de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s werkte. Hij realiseerde zich net op tijd dat hij tegen een burnout aan zat, nam ontslag en ging fietsen. Langzaam vindt hij nu zichzelf terug. Hele aardige kerel.
We ontdekken in de loop van de avond dat deze camping aan de Jutlandroute ligt, een andere fietsroute naar Denemarken, niet langs de kust. Het besluit is snel genomen: vanaf hier volgen we die route.




