Op onze eerste fietsdag zijn we zoals gewoonlijk héél laat op weg: om kwart over 11 zijn de fietsen eindelijk bepakt. Maar de Francaise die solo fietst en die we gisteren al even gezien hebben is ook nog maar net weg. Alleen het stel uit La Rochelle, dat gisteren de Tour de Bourgogne had afgerond, is al lang voor ons vertrokken. Ze hadden zowat elke dag ‘orages’ gehad, maar waren verder zeer tevreden over de tocht. Het is niet overal vlak hoor, vooral op het stuk rond Beaune heb flinke hellingen, waarschuwden ze.
We rijden de Tour met de klok mee wat betekent dat we om te beginnen min of meer de Yonne volgen. Het is meteen erg mooi. Bloemen, stilte. Hier en daar een restant van de bedrijvigheid die er geheerst moet hebben toen de Yonne nog intensief voor vrachtvervoer gebruikt werd.

Na 16 km zijn we in het dorpje Gurgy: een licht stijgende straat vanaf de rivier, oude huizen met dichtgegroeide tuinen, een klein centraal plein met kerk, politiebureau en gemeentehuis – Franser kan het niet. En dus ook een restaurant: De la Rivière. Hun specialiteit is Escargots de Bourgogne cuisinés au Chablis. Wij beperken ons tot deux crèmes met “iets erbij”…
Een half uurtje later lunchen we bescheiden op een bankje aan de Yonne met baguettes kaas. Dan verder richting Auxerre. Volgens het boekje moet je daar de fiets mét bagage achterlaten op de Place St-Nicolas en dan te voet door de steile middeleeuwse straatjes omhoog lopen. De vakbond van gauwdieven heeft vast bijgedragen aan de totstandkoming van dit boekje…
Als we langs de Yonne dichterbij komen zien we de oude stad met z’n torens al hoog boven de rivier liggen. De Place St-Nicolas is te mooi om voorbij te rijden: vanaf het pleintje met het schitterende beeld van de heilige gaan een stuk of drie straatjes omhoog met hele oude huizen, zo te zien zelfs laatmiddeleeuws.
Na Auxerre volgen we het Canal du Nivernais: een combinatie van gekanaliseerde delen van de Yonne met stukken kanaal daar waar de Yonne te veel meandert. De sluizen en sluiswachtershuisjes van het kanaal, dat dateert uit begin negentiende eeuw, zijn nog merendeels intact. Sommige huisjes zijn opgeknapt en weer bewoond, andere staan leeg. We passeren mooie dorpen, zoals Champs-sur-Yonne met een landgoed waarop een klein “chateau d’eau” in de vorm van een dubbele triomfboog.
Hier zien we de Francaise weer die ook op de camping in Migennes stond. Voor haar is het de laatste fietsdag van de Tour de Bourgogne en ze vond alles superbe.
Na Champs passeren we weer enkele kasteeltjes , achttiende eeuwse lustoorden met enorme ommuurde tuinen – het ziet er heel erg Bourgondisch uit allemaal! Maar na ruim 50 km vinden we het voor de eerste dag ook wel mooi en gaan we op zoek naar een slaapplek. De camping in Mailly blijkt gesloten maar gelukkig staat er in Mailly la Ville een bord dat verwijst naar een Chambre d’hôtes. Het blijkt een winkel met streekspecialiteiten en kamers boven een mooie binnenplaats. We eten heerlijke salade, quiches en andere hapjes slapen daar vervolgens prima op.


