Een gesprekje bij de Accueil over de mogelijkheden om onze fietskleren te wassen levert weinig op. Aan de andere kant van Beaune is een wasserette: met de auto ben je er zó. We wijzen de meneer van de Accueil erop dat wij met de fiets zijn, maar dat lijkt niet door te dringen. Komt hier blijkbaar gewoon niet voor. We spannen wel ergens een lijntje, zeggen we. Maar dat wordt zeer beslist afgewezen, dat mag echt niet hoor! Dan maar proberen de was te drogen op de kamer.
We gaan te voet naar het centrum. In de binnenstad slenteren we wat rond. Tussen behoorlijk veel andere toeristen. Er worden wel veel mondkapjes gedragen, maar van afstand houden is geen sprake meer. Goed dat we gevaccineerd zijn.
In de Notre-Dame een vijftiende-eeuws fresco van de opwekking van Lazarus. Maar helaas zwaar beschadigd. De kerk heeft wel een prachtige serie wandtapijten over het leven van Maria. De sierrand aan de onderkant van de tapijten maakt speciaal indruk.
Na de Notre-Dame dwalen we verder rond het paleis van de Ducs de Bourgogne, een mooi onderdeel van het historisch centrum hier. Het is nu een wijnmuseum. Dat laten we aan ons voorbij gaan. Een rustdag is toch vooral bedoeld om rustig aan te doen. We installeren ons op een terrasje van een mooi oud café aan de rand van de droge gracht voor de singel. Daar proberen we het speciaalbier van een brouwerijtje uit Vézelay. Van de jongeman aan de bar mogen niks in de fles laten staan: die troebele bodem, dat is juist “le meilleur!” Frankrijk heeft het speciaalbier ook ontdekt.

