Bij ons vertrek constateer ik tot m’n schrik dat de Garmin het echt begeven heeft. De batterij liep al heel snel leeg, de kaarten werden al nier meer geladen, maar nu gaat-ie helemaal niet meer aan. Ook niet na een nacht aan de stroom. Voor deze tocht niet zo’n probleem, want de route is met de kaarten in het boekje gemakkelijk te volgen.
De route slaat om te beginnen grote haken om de buitenste woonwijken van de stad. Bijna word ik omver gereden door een woesteling in een auto die pas op het laatste moment stopt. Joos begint hem uit te schelden voor vuile teringlijer, “zie je die haaientanden dan niet?”. Gelukkig stapt hij niet uit.
Dan wederom de wijngaarden in. Eerst aan onze linkerhand, dan ook rechts. Een boer is flink gif aan het spuiten, een dichte wolk ervan waait ons in het gezicht. De weg wordt mooier, golvend en kronkelend over de hellingen, met de harde wind meestal in de rug. Lunchen in een parkje in he dorp Comblanchien met pain complet en vijgenjam. Dan met de wind nog steeds in de rug door alle beroemde wijngaarden van de Côtes des Nuits. De wolken jagen over ons heen, maar daartussen breekt steeds vaker en langer de zon door. Af en toe een pittig klimmetje als de weg weer richting bosrand daarboven gaat, waar de wijngaarden ophouden. We zien onderweg nauwelijks of geen andere toeristen. Maar in Gevevrey-Chambertin op een terrasje zit zowaar een Deens echtpaar. We raken aan de praat. Lekker kletsen over voetbal.
We naderen Dijon. De weg wordt drukker. Best een grote stad. Toch zijn we nog vrij snel in het centrum. Meteen een goede sfeer. Aan de rand van het Centre historique gaan we op een terras op la Place de la Liberation zitten met ieder een enorme Coupe Liégeois. Het is een prachtig plein voor het oude hertogelijk paleis.
We logeren in hotel in het Middeleeuwse centrum. De oude binnenstad is verbluffend. Je kunt zien dat het vroeger, in de 14e en 15e eeuw, de tweede stad van Frankrijk was en het er een tijd lang nauwelijks voor onder deed. Voor deze prachtige stad komen we een keer terug!

