Naar het Trasimeense meer.

Bij het vertrek van Podere Abbazia

Ons startpunt is een agriturismo in de buurt van Sinalunga, in Bettole. Als we onze tassen aan de fiets haken komt onze buurman nieuwsgierig kijken wat we aan het doen zijn. Een Italiaanse Amerikaan die weer in Italië is gaan wonen en nu met z’n zoon en schoondochter uit New York op reis is door het land. Op z’n Amerikaans vindt hij het allemaal geweldig.

Om kwart over tien vertrekken we, het is stralend weer. Rondom is het volop voorjaar. Wat heerlijk om dit weer te doen. We beginnen met een lange, maar niet erg steile klim naar Pozzuolo. Dat is even wennen, dus gelijk maar even de bar in voor koffie. De naastliggende pasticceria komen we niet in, want die heeft juist toen we aankwamen de deur op slot gedaan. Er hangt bovendien een papier met “Solo FFP2!” Als we na de koffie weer naar onze fietsen lopen staat de deur weer open. Was het echt voor ons dat die dichtging?

Verder richting Lago Trasimeno. De weg wordt drukker, maar dan wijzen toeterende automobilisten ons erop dat er ook een fietspad is. Het kronkelt en meandert, meestal een veldweg, maar soms half verhard; nu eens dicht bij de verkeersweg, dan weer aan de oever van het Trasimeense meer. We zoeken een overnachting. Het eerste hotel waar we langskomen is gesloten. De eigenaar verwijst ons naar San Feliciano, een dorp aan de oostoever van het meer. Maar zo ver hoeven we het niet te volgen, we willen richting Assisi. Dan zien we ineens een hotel-restaurant dat ons bekend voorkomt. Een groot bord met “Torta di Maria” dat we herkennen. Het is Falieri, waar we een aantal jaren geleden al eens overnacht hebben. Een volks hotel, waar geen toeristen maar bouwvakkers en monteurs overnachten. De werklui zijn moe en hongerig en mondkapjes dragen kunnen ze echt niet meer opbrengen. Het eten is lekker, maar de porties zijn zo enorm, die krijgen wij, ook na een fietsdag, bij lange na niet op.

Plaats een reactie