Spoleto verlaten gaat niet zo snel; we rijden door mooie oude winkelstraten met puien die toch even moeten bekijken en dan belanden we op de Piazza della Libertà, bij het Romeinse aphitheater.
Het wordt al warm, maar iedereen draagt hier nog dikke jassen, die zullen wel pas op 1 mei terug in de kast mogen.
We rijden Spoleto uit over een verkeersweg die snel rustig wordt. We klimmen gestaag. Dat levert steeds mooier vergezichten op. Dat moeten de Monte Sibillini zijn en is dát de Gran Sasso? Zullen we boven op de pas lunchen met met het in Spoleto gekochte brood? Ach nee, eerst dalen. Zeven kilometer “klassiek” dalen, voor het eerst tijdens deze tocht en we durven nog niet echt voluit te gaan, max 45km/uur.
In Aquasparta is het echt wel lunchtijd. Eenvoudig bordje spaghetti op plastic borden met plastic bestek. Om ons heen komen overal Italiaanse families met kinderen zitten, iedereen in opperbeste stemming: morgen is het 1 mei.
Als we halverwege de etappe zijn, is het duidelijk dat we Amelià wel gaan halen. Montecastrilli laten we onbedoeld rechts liggen. Links achter ons zien we de Monte Vettore en het stadje Norcia. Leuk dat we dit allemaal weten, we kennen het hier intussen wel een beetje.
Om kwart voor 5 bereiken we Amelià. Op een terras langs de doorgaande weg tegenover de Porta Romana aan de andere kant, drinken we een cola en zoeken een hotelkamer of iets dergelijks. Dat valt nog niet mee. Uiteindelijk vinden we een plek in het agriturismo Il Borgo boven in het hoogste deel van de oude binnenstad.



