
We ontbijten op ons gemak. Het is mooi weer aan het worden. De Buurman arriveert voor een weekendje in z’n caravan. Rustig hier, hè? Dat beamen we, alleen die vliegtuigen… Newcastle Airport is niet ver weg. Nou, hij woont náást dat vliegveld. Wíj́ hebben thuis Schiphol. Daar heeft hij van gehoord. Must be a busy one too.
Als we nog niet zo lang op pad zijn en even op een bankje zitten om van het uitzicht over het dal van de rivier de Derwent te genieten, komt een reisfietster uit Alkmaar ons achterop. We wisselen ervaringen uit en ze fietst vervolgens een paar uur met ons mee.

Het eerste dorp is Blackhill, daar eten we in de Tearoom The Sweethart heerlijke taart. Daarna volgt een klim naar Consett, een typisch stadscentrum van een gebied met veel armoede en hoge werkeloosheid. De mijnen zijn gesloten en ook van de andere industrie is weinig over. In de winkels is voor minimumprijzen veel inferieure troep te koop.

Na het stedelijk gebied komen we weer op een voormalige spoorlijn. Mooi en gemakkelijk fietsend bereiken we aan het begin van de middag Durham met z’n indrukwekkende middeleeuwse stadskern en het grote Castle er bovenuit.

Het is er erg druk. Zaterdagmiddag betekent hier dat er al heel veel gedronken is. Luidruchtige mannen en extreem vrolijke vrouwen. Niet onze sfeer. We drinken een cola en gaan snel verder. Volgens het routeboekje moet er zo’n 15 km verderop een boerderijcamping zijn. Dat is ook zo, een boerderij hoog boven het dorpje Haswell. Vanaf de Colliery farm campiste heb je prachtig uitzicht over de hele streek. Of we hier onze tent mogen neerzetten voor de nacht? Does n’t look overcrowded does it? zegt de boer. Er staan inderdaad maar drie caravans. Bij één ervan kan ik de Garmin opladen. We eten op wat we nog bij ons hebben en gaan vroeg slapen.
