Het is koud! Snel naar Bar Prata aan de overkant voor het ontbijt. Deze bar gaat met zijn tijd mee, je moet de cornetti zelf pakken met zo’n supermarkttangetje. Dan gaan we afdalen naar de benedenstad. Er is éénrichtingsverkeer van beneden naar boven; wij denken dat we er wel tegenin kunnen. Italianen vinden heel veel goed, ook wat er op de weg gebeurt, maar dit beslist niet. Duidelijke ruitenwisserbewegingen met de wijsvinger: nee nee nee! En gelijk hebben ze. We gaan lopen, slalommend om geparkeerde auto’s heen en over stukjes trottoir met trappen.
Het is zondag dus er zijn veel Italianen op snelle fietsjes onderweg. Dik in de winterfietskleren, vaak nog met een doek voor de mond. Salve, salve, salve!

In Aquino, na amper zeven kilometer, alweer cappucino; we hoeven vandaag niet ver, het kan wel. Een bord wijst naar de Piazza San Tomasso, ja, dat zal hem dus wel zijn, de man die in Nijmegen nog steeds in hoog aanzien staat.

Over een ‘Cicli Pista’ (ze zeggen het hier wat korter) naar Cassino. De Cicli Pista della Memoria en dat laatste verwijst ongetwijfeld naar de slag bij Monte Cassino. Maar het wegdek is zó slecht dat het soms wel recent gebombardeerd lijkt. Ook memorabel.


Het agriturismo dat we gisteren hebben gereserveerd ligt even buiten de stad. We kunnen meteen aan tafel: vanavond wordt er niet gekookt. Er arriveert juist een groot gezelschap dat iets komt vieren, wij worden apart gezet.


Er is hier ook een wasmachine dus we krijgen alles schoon. En droog, het regent de hele dag niet. ’s Avonds zien we het klooster van Monte Cassino afsteken tegen de donkerende lucht. We hoefden vandaag gelukkig niet omhoog te fietsen: mijn Poolse plicht heb ik in 2005 al vervuld.
