Het laatste eiland

We verlaten het stadje Cres met stevige tegenwind. Is dit de Bora? Hij komt in elk geval uit het noorden en het is kouder dan de afgelopen dagen. Vooralsnog klimmen we geleidelijk, zonder al teveel inspanning. De muurtjes op de hellingen vallen weer op: voor de olijfbomen zijn ooit heel veel stenen uit de grond gehaald en die zijn vervolgens tot muurtjes gestapeld. Soms wordt bijna elke olijfboom omringd door zo’n laag muurtje.

Langzaam klimmen we tot vierhonderd meter. Dat lijkt niet veel maar het uitzicht is spectaculair. Eerst terug richting Krk; we zien onze veerboot van eergisteren weer varen, van Valbiska naar Merag.

En nog wat hoger zien we zelfs alle eilanden waar we gefietst hebben: Pag, Rab, Krk en Cres.

Er is weinig verkeer hier, op de noordhelft van Cres. Mijn rode flitslicht kan uit. Dat van Rienke is al kapot en afgedankt (ze verdenkt de onvriendelijke en ruwe veerman van het bootje van Pag naar Rab).

Bij de lunch, op het hoogste punt, ontdek ik dat de kaas die ik vanmorgen gekocht heb van Pag afkomstig is. Dus toch: de beroemde kaas van Pag! Hij is inderdaad heerlijk.

Meteen na de lunch, als de afdaling begint, komen ons twee jonge Engelse reisfietsers tegemoet. De vrouw loopt naast haar fiets; we vragen nog of er iets is maar nee, ze heeft het wel gehad. En als wij de hele afdaling tot aan de veerboot gedaan hebben, snappen we dat. Van de andere kant is het wel een erg lange klim.

We zijn in Porozina. Aan de overkant ligt Istrië; de veerboot doet er een half uurtje over maar die vertrekt pas om vier uur. We laten hem vertrekken; we kunnen vandaag beter hier blijven.

Plaats een reactie