We houden ons al een tijdje aan het volgende regime: na twee (soms drie) gewone fietsdagen een rustdag en na een echt vermoeiende fietsdag meteen een rustdag. Dat bevalt goed, op die manier kunnen we het allemaal nog wel aan. Als we vandaag Berat weten te bereiken “mogen” we daar dus een dag blijven en dat is fijn want Berat geldt als misschien wel de mooiste stad van Albanië. Het is alleen wel een erg lange etappe.
Elbasan heeft de sfeer van een oosterse stad. Dat zien we nog eens goed bij het vertrek. Overal straathandel; iedereen loopt en rijdt kriskras door elkaar en de straathonden sjokken daar dan weer doorheen; de straat lijkt soms goed en dan ineens een pothole of een open put. Wat alleen niet oosters is de kleding van de vrouwen (geen foto).
De eerste twintig km gaan in vliegende vaart, een rivier volgend en met de wind in de rug.

Dan krijgen we een type traject dat we intussen wel kennen van deze route: kleine weggetjes, al snel uitlopend op een pad dat soms met puin verhard is. Terwijl op korte afstand een vrij rustige verkeersweg loopt. We verlaten het pad snel, vandaag zullen we voor verbindingswegen kiezen zolang die rustig zijn.

Halverwege Berat komen we door het dorp Girkan. Tijd voor de lunch. We hebben zelf brood bij ons en zien een geïmproviseerd ‘kafe’ bij een boerenwoning, met schaduwzitjes in de tuin. Daar mogen we vast wel ons brood eten bij koffie of fris. Maar als we toch even naar eten vragen, komt de boerin de ene na de andere schotel brengen. Het is veel te veel. We moeten uitkijken, zeggen we, anders komen we straks niet meer vooruit.

En natuurlijk volgt er juist na deze lunch een pittige klim die ook langer duurt dan de eerdere. Maar wel in een stille, weidse omgeving en gevolgd door heel fijn dalen.


Het laatste deel van de etappe is nog heel bijzonder. Eerst door een voormalig aardolie-wingebied dat vol staat met oude ja-knikkers en boortorens. Je ruikt de olie overal. Het gebied is ook nog eens dicht bevolkt. Waar leven die mensen nu van?


Tenslotte voert de route ons weer over deels verharde weggetjes door achteraf liggend oud boerenland. We kruisen een landingsbaan (lijkt niet meer in gebruik) bij een militair terrein met oude eenmotorige vliegtuigjes die ik van Rienke niet mag fotograferen want dan komen we volgens haar in een Albanese gevangenis terecht.

En dan toch: Berat! “De stad met de duizend ramen”, zo genoemd omdat de huizen vanouds boven elkaar tegen de berghelling gebouwd zijn met de vensters naar de rivier gericht.
Een oud hotelletje en eten op een dakterras. “Moe maar voldaan” heette dit lang geleden in jongensboeken. Het is weer gelukt!
