De dag begint met een duizelingwekkende maar prachtige afdaling van 1036 m naar bijna zeeniveau. Vooral de eerste helft biedt indrukwekkende vergezichten. Goed wegdek, snelle bochten en weinig verkeer. Dat verandert als de drukke kustweg er weer bij komt; die loopt hier door een tunnel.



Beneden in het dorp Kondraq blijkt dat we niet door dalen tot zeeniveau, we moeten tweemaal achtereen weer een tijdje steil omhoog. De borden zeggen 10 % maar zeker de eerste klim was veel steiler. Het valt niet mee. We zijn de vermoeidheid van gisteren nog lang niet kwijt, merken we. De route is wel heel mooi. De weg slingert om diepe kloven heen van dorp naar dorp. Jammer wel dat dit de énige doorgaande weg is en dat alle verkeer die dus nemen moet. Met name de oude, zwaar beladen vrachtauto’s die zwarte wolken uitstoten en razen als een opstijgend vliegtuig drukken de pret enigszins.


Na elke afdaling volgt weer een helling, vaak een lastige. Maar het ligt ook aan ons, we zijn sneller moe. Om één uur stoppen we om wat brood met kaas te eten en ons laatste water te drinken. Het is klaar, zeggen we, we gaan vandaag niet verder dan Himara en daar rusten we écht uit.


Himara is een badplaats aan de ‘Albanese Rivièra’. Aan de promenade boven het smalle strand liggen alle toeristenrestaurantjes, die hier al een Griekse uitstraling hebben. Boven een ervan, Hercules genaamd, nemen wij een kamer. Mede uitgekozen omdat er een goede wasmachine staat: we hebben niets meer schoon. Hier blijven we twee nachten. Relaxen!

dat is lef hebben na zo’n zware klim één dag daarvoor. Geniet . Mateo waakt over jullie 😉