Wat een schitterend traject, van Dimitsana naar Megalopoli. We gaan eerst naar 1100 meter hoogte en dalen dan langs de oosthelling van de Lousios-kloof.
Langs al die bloeiende brem. Door dorpjes waar we soms de koude rillingen krijgen van de honden: zitten ze achter een hek? En zo niet, doet de Dazer zijn werk als ze te dichtbij komen?
Ver weg in de diepte al een tijdlang de bruinkoolcentrale van Megalopoli. Een stad waar we niet willen blijven: tien km verderop ligt Leontari, daar schijn je ook te kunnen overnachten en dan is de volgende, heel zware etappe toch tien km korter.
De overnachtingsplek is een café dat ook kamers heeft. Zodra ik binnenkom, begint een van de twee mannen die er zitten in het Grieks tegen me te schreeuwen. Germanía? O, Hollandía, dat is net zo erg! Zoiets begrijp ik uit zijn toon en gebaren. Hij maakt een geldgebaar met zijn vingers; niet dat hij geld wil hebben, het is eerder: jullie banken hebben ons beroofd!
Misschien is het een klant, denk ik. Ik loop door naar de kleine balie achterin maar hij staat op en gaat daar pal voor me staan. Ik kijk hem zo rustig mogelijk in de ogen. Sterke kerel, jaar of dertig, dronken. Ik moet snel vertrekken of dit gaat mis. Vriendelijk groetend loop ik naar buiten waar Rienke zit te wachten. Weg hier!
Dat betekent: terug naar Megalopoli. Daar vinden we een goed hotel. Maar de bergetappe van 3 mei wordt er nog iets gedenkwaardiger door want die krijgt nu een extra aanloop, tegen de harde hete wind in. Na Leontari, waar we maar niet stoppen voor koffie, meteen een klim van vijf km, 7.5 % stijging. Ik rijd het kleinste verzet, zie elk bloempje langs de weg en moet geregeld even stoppen.
Daarna nog vele hellingen, de meeste minder lang maar vaak even steil. Door doodarme dorpen; alle taverna’s en de meeste winkeltjes zijn hier al jaren gesloten. Het beetje geld dat hier nog was, ligt nu bij de Duitse banken.
En dan, na uren, die lange afdaling, over allerlei soorten wegdek, naar de vlakte waar Sparta ligt.
Eindelijk beneden, stoppen we even om de afdelingskleren uit te doen (Rienke fleece, ik een windstopper). De man van het huis waarbij we gestopt zijn, komt naar buiten en recht op ons af.
Met zijn handen vol sinaasappels: hier, neem mee! Alle ruimte die er nog in de fietstassen was, is nu gevuld. Ze zijn heerlijk, merken we op de camping: gerijpt aan de boom.






Ik zie dat jullie fietstassen mooi aangepast zijn aan de brem langs de weg. Blijf genieten van deze bijzondere tocht! Wij genieten een beetje mee.