Eerst weer terug naar onze route, die we in Itzstedt hebben moeten verlaten. Langs de B932, de Hamburgerstraße, die nu nog meer dan gisteren op een tweebaans autoweg lijkt. Onwaarschijnlijk, wat wordt hier gescheurd.
Als we weer het voormalig spoorlijntje op kunnen, met dat harde zandpad, voelen we ons in een oase van rust. En nog fijner: we volgen het lang, steeds in de schaduw van bomen en hoog opgeschoten struiken.
Toch moeten we er op een bepaald punt af. Door stille dorpen met even stille weggetjes ertussen. In een wat grotere plaats koffie met zoete broodjes van een bakker die heel benauwd is voor coronaboete. Ze wil onze bidons wel met water vullen maar eigenlijk mag dat niet; we moeten met onze koffie en broodjes meteen naar buiten want binnen consumeren mag ook niet. Vijfduizend euro boete kan ze krijgen! “Sie nicht, ICH!!”
Het wordt steeds heter. Even voor Uetersen komen we langs een arboretum, gelegen rond een eeuwenoud complex van hoeven en schuren. Prachtig. Er lopen wat bezoekers rond; eentje wil ons uitleggen wat een arboretum is. “Schön, schön!”, reageren wij. “Aber kann man hier auch was trinken?” Van erge dorst word je nu eenmaal wat barbaarser. Heerlijke rhabarberschorle drinken we; dat spul zie je bij ons niet.
En verder. Dit gaat een lange etappe worden. Een bijna onberijdbaar puinpad na Uetersen stopt abrupt bij het water: geen brug! We moeten kilometers terug en dan met een grote boog over het westen naar de Elbe.
Langs een nieuwe jakkerweg met gelukkig ook een fietspad. Wel eentje met heel veel Radwegschäden. Bij sommige bomen word je bijna gelanceerd; de boomwortels hebben de asfaltlaag open laten barsten. We stoppen nog één keer en verdelen het allerlaatste water.
Daar is de Elbedijk! Die we drie weken geleden verlaten hebben op weg naar het noorden. Nu moeten we hem zuidwaarts volgen richting Hamburg. Nog eens tien, twaalf kilometer tot de camping. Hekken, schapen. In Wedel moeten we nog met een grote boog om een elektriciteitscentrale heen.
Het landschap verandert nu. We belanden bovenaan een hellingbos; het is nog een hele toer om beneden te komen, op Elbeniveau. Daar liggen echte zandstranden. Families net strandspulletjes komen ons tegemoet lopen. En daar is de camping! “Elbecamp”. We hebben vandaag 90 kilometer gereden, in bijna verzengende hitte. Dat was óns hitteplan.
.




