Deze camping heeft een heel bijzondere sfeer. Veel families uit Hamburg, van het wat ruimdenkender type: jonge ouders, tattoos en dreadlocks, Sankt-Pauli-shirts, kinderen die lekker hun gang mogen gaan. De tentjes van passanten zoals wij staan rond een zandvlakte die tevens speeltuin is, met zelfgebouwde speeltoestellen.
Aan de rand van die speelvlakte staan hier en daar bomen en struiken. Vandaar loop je meteen het Elbestrand op: een heus strand, alleen zie je vóór je niet de zee maar de brede Elbe. We hebben de tent op wat helmgras gezet tussen struiken, met vrij uitzicht over de “speeltuin”.
Peuters kruipen door het zand; eentje zit er ineens jammerend in onze tent, het hete zand deed pijn aan zijn voetjes. Meisjes spelen zelfbedachte spelletjes zoals: de hond achter een bal aan laten rennen terwijl je hem aan de lijn houdt zodat je over het zand gesleurd wordt. Jongens met Starwarswapens proberen die te laden met zand. De piratenboot is het meest in trek. Eigenhandig gebouwd en beslist niet gecertificeerd dus er kan van alles mis gaan – en dat is juist leuk.
Maar er is hier een structureel probleem. Het is echt druk en afstand houden is vrijwel onmogelijk. Coronamaatregelen zijn er wel maar worden grotendeels genegeerd. Bij de douches is een leuk systeem bedacht: rond een spaak draaien vijf plankjes, aan de ene kant rood en aan de andere kant groen. Als je naar binnen gaat, draai je er een op rood, als je naar buiten komt weer op groen. Zo moeten er nooit meer dan vijf mensen tegelijk binnen zijn. Alleen: bijna niemand draait aan die dingen. Ik was een keer als enige binnen terwijl alles op rood stond; een nieuwkomer wachtte braaf tot ik “mijn” plankje op groen gedraaid had. Een andere keer waren er wel twintig man in de ruimte.
Eigenlijk is het hier zoals het er al jarenlang is; alsof corona niet bestaat. Heel nostalgisch bijna. En heel riskant. Voor het eerst deze fietsreis denken we: als dit maar goed gaat.


