Na een hete nacht met veel muggen en een overvloedig ontbijt in de ochtend, gaan we om half tien op pad. Recht naar het zuiden het Moorenland in. Weids en stil, met mais en stoppelakkers (het graan is al geoogst). Soms ook stukken bos, waardoor je heerlijk in de schaduw kunt fietsen.
Als we al een boerderij of huis tegen komen, dan getuigen die niet van enorme welvaart van de streek. Kaffee und Kuchen vinden we nergens.
In Selsingen zien we eindelijk een bistro. Vreemdelingen zien ze daar niet vaak: “wat heb je in de tas?” vraagt de eigenaresse aan Joos, alsof hij komt voor de inhoud van de kassa.
Verder over zandwegen en straten met kinderkopjes. Dit moet het gebied zijn van waaruit de wolven naar Nederland trekken, denken we. We kijken goed, maar zien er geen.
Een kort regenbuitje geeft verkoeling op deze hete dag.
In Tarmstedt vinden we een camping aan een klein meertje. De campingbaas wijst ons een plek in de schaduw en hij wil meteen weten hoeveel bier we die middag gaan drinken. Prima plek voor een rustdag.
Voor het eerst deze vakantie gezwommen. In het water een Irakese familie, die me uitlegt dat ze niet kunnen zwemmen omdat er in Irak geen water is. De kleine jongen komt toch al aardig vooruit, en daar is hij trots op.





Zo’n rustig lijkt me heerlijk!