Het begon met onverwachte tikken op het tentzeil. Als we om zeven uur opstaan, toont de buienradar dat we in een groot regengebied zitten dat heel langzaam naar het noorden trekt. We krijgen alles droog ingepakt maar de tent zelf gaat kletsnat de zak in.
En dan maar wachten, onder het golfplaten afdak bij de (afgesloten) gemeenschapsruimte. We hebben nog twee sneetjes knäckebröd en we kunnen thee zetten en oploskoffie maken. De andere Radfahrer verschijnt even; hij vindt dit ook geen fietsweer en duikt zijn tentje weer in. “Noch mal was schlafen.”
Na een uur komt de ex-man van de Platzwart kijken, die we gisteren al gesproken hebben. Een patjepeeër; hij begon ons toen meteen uit te leggen waarom hij van zijn vrouw gescheiden was. Maar nu valt hij toch mee want als hij hoort dat we niks meer te eten hebben, haalt hij meteen geroosterd brood, boter, marmelade, krentenbrood en koffie.
Om elf uur regent het niet meer! Snel weg, langs het stuwmeer naar de noordpunt ervan. Vandaar maakt de route een eerst onbegrijpelijke grote slinger, kilometers naar het noorden en dan naar weer het zuiden. Waarom? Dat wordt al snel duidelijk: zo kunnen we het Eleonorenwald van noord naar zuid doorkruisen, van Neuvrees naar Vrees. Tien kilometer mooi doodstil Wald.
Halverwege komen we bij een van de mooiste schuilhutten die we kennen. Voorzien van uitgebreide info over het Eleonorenwald, verteerde zitkussens in een speciale kist, een gastenboek en fraaie Duitse Waldeslyrik.
In Vrees vinden we na lang zoeken Rodes Dorfsladen, waar we brood en kaas kunnen kopen voor de lunch. Dan verder, in de teruggekeerde hitte die nu vochtig en drukkend is. Door het lelijkste dorp tot nu toe. Lorup, een verzameling nieuwbouwhuizen van de ergste soort: veel te groot en volstrekt fantasieloos.
Er is geen camping in de buurt. We zijn niet ver meer van de Nederlandse grens maar die is vandaag niet meer te bereiken. Er is wel een hotel in de buurt: het Waldhotel in Surwold. Daar moeten we snel heen want er komt onweer aan. Het hotel blijkt écht in een stuk bos te liggen. De tent, die we vanmorgen nat ingepakt hebben, kan drogen in de garage. En wij kunnen er lekker eten. We worden alleen totaal vergeten; bijna een uur nadat we besteld hebben komt de bazin ons eerlijk vertellen dat het mis gegaan is en dat ons eten nú pas bereid wordt. We kunnen als tegemoetkoming zoveel ouzo drinken als we willen (het is een Griek); dat doen we maar niet. Het aangeboden toetje eten we wel met smaak op.





Gelukkig op tijd in hotel voordat het onweer losbarstte?!
Ja, dat is gelukt!