Naar Albarracin

De dagen worden merkbaar korter: pas ná het desayuno (ontbijt) is het buiten licht. En de fleece moet aan bij het vertrek want dan is het stervenskoud (terwijl het overdag 30 graden wordt). We zitten hier nog te hoog en te ver van de zee voor mildere nacht- en ochtendtemperaturen. Orihuela del Tremedal is het eerste grote dorp en niet alleen de naam is mooi.

We komen er op een sfeervol marktje terecht. Intussen is de temperatuur flink opgelopen en brandt de zon al venijnig: insmeren!

Het volgende grotere dorp, Bronchales, is een van de hoogst gelegen dorpen van Spanje. We pauzeren er voor een tweede ontbijt uit eigen voorraad (brood, kaas, water) op de heerlijk beschaduwde Plaza de la Fuente.

En dan de klim naar de Puerta de Villarosario, op 1706 meter. Hoogste punt van deze fietstocht. Niet eens een lange klim want we waren al op 1569 meter.

De afdaling is lang en het wegdek niet zo best maar wát een vergezichten.

Beneden komen we op bekend terrein: dit traject hebben we in 2016 in omgekeerde richting gefietst, van Albarracin naar Cuenca. Na het laatste stuk, door een imposante kloof, duikt Albarracin op.

Een schitterend stadje met een heel rijke geschiedenis. We zien meteen toeristenbussen. Gelijk hebben ze, het is erg de moeite waard.

Maar toch gaat het bij een fietsreis zoals wij die maken niet in de eerste plaats om de plekken waar je verblijft, hoe bijzonder die ook zijn. Het gaat om de weg daartussen. Het cliché ‘De weg is het doel’ past hier helemaal. Het gaat vooral om die grote, wilde rozenstruik met duizend rozenbottels. Om die kuil in het asfalt die je in de afdaling op tijd ziet zodat je er omheen kunt. Om die muurtjes rond eeuwenoude tuinen, met resten van een bevloeiingssysteem waaruit blijkt dat die tuintjes belangrijk waren voor de huizen ernaast – nu alleen nog maar bouwvallen. En om nog zoveel meer dat je onderweg ziet. ‘Onderweg’: dáár gaat het om.

2 gedachtes over “Naar Albarracin

Geef een reactie op Joos Reactie annuleren