Als we eindelijk vertrokken zijn uit de Red Lion (er was een probleempje met een fietshelm) duikt meteen de eerste echte klim van deze reis op. Hij valt niet echt mee. De tegenwind is nog steeds stevig. Het is wel droog en vrij fris, dat fietst lekker.

We rijden door een nogal verlaten streek met mooie vergezichten: in het zuidoosten de bergen van het Lake District, in het noorden de langgerekte kam met Hadrian’s Wall.

Tijdens een snelle afdaling zien we in een flits rechts beneden een grote opgraving; daar loopt de route ook langs, we zijn iets te ver doorgereden.

Dan dringt tot ons door dat dit Vindolanda is, zo’n beetje de beroemdste plek bij de Muur van Hadrianus. We zijn er geweest op onze voettocht maar hebben het nooit van hieruit gezien.
Vóór Greenhead spreekt ons routeboekje van een “gevaarlijke afdaling”. Dat klopt maar hij is vooral gevaarlijk gemáákt. Het is een smal geasfalteerd voetpad naast de verkeersweg, naar schatting een helling van 20 %. Halverwege moeten we op volle snelheid een paar fietsers ontwijken die hun fiets lopend naar boven aan het duwen zijn. En beneden eindigt het pad tegen een hek! Daar moet je doorheen slalommen (als je genoeg hebt kunnen remmen) om vervolgens ineens op de weg te belanden, pal voor de auto die daar nu gelukkig niet rijdt. Helaas geen foto, we waren te beduusd.
Het laatste stuk van deze etappe voert langs de muurresten, van Birdoswald tot Banks.


In Banks vinden we na enig zoeken de natuurcamping waar we ons tentje willen opzetten. Een langgerekte hellingwei met een paar min of meer vlakke plekjes.
De voorzieningen zijn lekker elementair: een “nonolet” – toilet (dat in plaats van papier houtkrullen gebruikt om het gedeponeerde af te dekken) en de volgende all-in-one wasruimte:

alles puur natuur ha ha