Het traject Cookstown – Omagh staat in ons routeboekje (van Paul Benjaminse) vol met aanwijzingen “Mist bordje”. Ter plekke wordt duidelijk waar dat naar verwijst: we volgen grotendeels de goed bewegwijzerde Ierse fietsroute 95 maar op veel plaatsen, juist waar je moet kiezen tussen twee wegen, ontbreekt het bordje. Gelukkig hebben wij Miss Garmin die altijd uitkomst biedt.

Bij ons vertrek van Forrest Park hadden we nog een leuk gesprek met de buren, twee zussen uit Belfast met een Italiaanse moeder uit Napels. Hun vader was RAF-piloot en had zijn vrouw in 1945 in Napels ontmoet. Herkenbaar verhaal voor mij, al was mijn vader dan geen militair.
We rijden door een dunbevolkte streek met alleen hier en daar wat verlaten, vervallen huizen.
Lunch in het gras bij de dichtgetimmerde Crock Primary School uit 1887. Dit bewijst dat deze streek indertijd veel meer inwoners telde; de kinderen moesten lopend naar school, er moeten dus genoeg gezinnen in de buurt gewoond hebben. Nu vrijwel niemand meer.

Het vlot vandaag niet erg. Rienke heeft ‘pap in de benen’ (we controleren zelfs een keer haar hele fiets of daar iets mis mee is) en bij mij lukt het ook niet zo. Bovendien veel kort, steile hellingen.

De laatste klim, niet ver voor Omagh, gaat over een drukke verkeersweg. Bijna elke automobilist is erg voorzichtig maar vaak kunnen ze de snelheid van fietsers niet goed inschatten. Als we (langzaam) klimmen blijven ze lang achter ons hangen terwijl ze allang hadden kunnen inhalen; als we (snel) dalen halen ze wel in maar kunnen ze soms maar net voor hun tegenligger naar links duiken.
In Omagh hebben we een B&B aan de rustige rand van deze heel drukke stad. Bij twee oude mensen die het allemaal niet zo goed meer lijken te weten maar hun (wat aftandse) B&B zo goed mogelijk draaiende proberen te houden. Wij zijn erg moe en gaan heel vroeg slapen.
hopelijk verdwijnt “de pap”
een dag later was hij al weg 😉