We hadden gisteren echt nodig om bij te komen van de zware etappe naar de Albanese grens. Onze kamer gaf uitzicht op het meer van Shkodër. Gewoon rustig vanaf het balkon naar het water kijken verveelde geen moment.



Maar vanochtend toch weer verder. Nadat we hartelijk afscheid hebben genomen van de familie van het hotel wordt er eerst brood gescoord bij het plaatselijke winkeltje in Zogaj. Het lijkt erop dat dit plaatsje sinds de Hoxha-tijd weinig is veranderd. Het heeft natuurlijk ook decennia lang volstrekt geïsoleerd gelegen zo tegen de grens met Montenegro aan, een grens waar geen muis overheen kwam.

Maar de nieuwe weg gaat daar verandering in brengen. Nu moeten we ook aan de Albanese kant van Zogaj nog een flink stuk over gravel rijden want de weg is nog lang niet klaar.

Als we het asfalt bereikt hebben wordt het levendiger: meer auto’s, barretjes en moskeeën. We worden overal vriendelijk begroet, vooral door groepen kinderen die natuurlijk willen weten waar we vandaan komen.
Shkodër zelf laten we links liggen, we koersen naar het zuiden. Een vlakke etappe over rustige wegen behalve dan het kleine stukje over de drukke SH1 (Shkodër -Tirana). Het razende verkeer op deze drukke, smalle weg maakt veilig fietsen best moeilijk. Maar het gaat goed.

Tegen half vier rijden we Lezhë binnen. Dan vinden we het ook wel genoeg voor vandaag. Het was toch best wel weer warm, en daar word je moe van.
In Lezhë vind je resten terug van de Griekse kolonie Lissos (4e eeuw v. Ch). In een kerk uit de 15e eeuw is ooit de Albanese vader des vaderlands Skanderbeg begraven.

We hebben aan het eind van de middag nog net energie genoeg om dit Skanderbeg Mausoleum te bewonderen.
Mooie reis!