Volgens de breakfast-kaart van hotel Liss zit er ook ‘gjalp’ bij het ontbijt. Dat betekent gelukkig alleen maar ‘boter’ (we schrokken al).
Als we bij het verlaten van Lezhë over een kleine weg even stil staan, stoppen er meteen verschillende auto’s: Do you need help? Can I help you? De mensen zijn hier zó vriendelijk. Ook vandaag roepen en zwaaien de kinderen weer enthousiast.
Het wordt een erg warme dag. We proberen vandaag Tirana te bereiken maar houden er rekening mee dat de afstand te groot is voor één hete dag. We stoppen vaak; eerst voor koffie, later voor fris.

De omgeving is hier niet mooi maar wel interessant, er is veel te zien. Een tijdlang is er na elke bocht wel een ‘Lavazh’, waar je je auto kunt wassen. In Albanië schijnt men te zeggen “Een Mercedes wordt wel ziek maar gaat nooit dood”; er rijden heel veel oude Mercedessen. Die moeten er natuurlijk wél goed uitzien.


Ook vallen de vele tot ruïnes vervallen fabrieksterreinen op:

Behalve met een Lavazh (waar je alleen maar een tuinslang en een daarop passende borstel voor nodig hebt) kun je ook een centje bijverdienen door een stukje niemandsland tot parkeerterrein te verklaren:

De wegen die we volgens het routeboekje moeten volgen zijn niet altijd ‘standaard’:


Ergens kwamen we vanmiddag twee stoere Mexicaanse meiden tegen die naar het noorden fietsten, met hun hond in een karretje. Ze wezen ons subtiel op het leeftijdsverschil: “When I’m old, I want to be like you!”
De route van vandaag probeerde de verkeersweg zoveel mogelijk te vermijden. Terecht, merken we als we die toch een keer moeten oversteken. Een racecircuit voor alle typen voertuigen is het. Je verwacht elke moment fatale botsingen. De weggetjes tussen de dorpen zijn meestal goed te doen.


Na 55 km zien we in dat het niet verstandig is om toch door te gaan en dan laat op de middag oververhit de hoofdstad binnen te zwalken. We vinden een hotelkamer en een goed restaurant dichtbij. Morgen in anderhalf à twee uur naar Tirana!
Jullie zijn echte avonturiers!
Dat is een compliment Joos.