De hond Lou blijft het balletje voor onze voeten leggen maar we moeten nu toch echt vertrekken. Tot over drie weken!

Wat heerlijk om weer op de fiets te zitten. De wind in het shirt, de zon op de benen, en vooral goed rondkijken. Vanaf de fiets gezien is alles zoveel mooier.
Het eerste traject brengt ons naar Châteauneuf-du-Pape. En jawel, overal wijnstokken, eindeloze akkers vol, zover het oog reikt. Meestal zonder enig teken van leven ertussen. Om te voorkomen dat er ondanks het gif toch iets opschiet is er vaak een tapijt van keien gestort.



Lekker fietsen! Mooi weer, niet te warm, goede kleine wegen en maar één steil hellinkje. Twee keer stuiten we op een ‘route barrée’. De eerste kunnen we via een akker passeren. De tweede lijkt lastiger als een andere fietser, die omgekeerd is, ons heel overtuigend toeroept: ‘C’est bouché là-bas!’ Maar ook daar mogen we langs, tussen een diep gat en een vrachtwagen daarnaast. Pas de problème, verzekeren de werkers ons. Die fietser had het gewoon ook moeten proberen.
Al vroeg in de middag bereiken we Avignon, over een mooi fietspad van gravel dat langs een kanaal en door parkjes tot aan de historische binnenstad loopt. In 2015 zijn we van Maastricht naar Avignon gefietst maar we herkennen eigenlijk bijna niets. Het oude stadsdeel waar we nu door rijden is verrassend aardig.


Als verblijf hadden we de Auberge de la Jeunesse op het oog maar daar blijkt dat ze geen plek binnen hebben voor de fietsen. Op straat, de drukke Rue de la République, aan die nietjes daar, daar kunnen we ze aan vastmaken. Nou sorry, dan gaat het niet door. We vinden een uitstekend alternatief vlakbij: hotel Le Colbert, een schattig klein oud hotelletje in een smal straatje waar geen auto’s door kunnen. We worden er heel vriendelijk ontvangen. De fietsen kunnen op een besloten binnenplaatsje.