
Het ontbijt in dit klassieke Franse hotel valt wat tegen. De koffie is slootwater en er zit een groepje Amerikaanse toeristes te ‘oh-my-god’-en.
Op weg voor een minder lange etappe dan gisteren: naar Aix-en-Provence. De eerste tien kilometer rijden we grotendeels over wegen met veel verkeer waar hard gejakkerd wordt. We vertrouwen op onze flitsende achterlichtjes.

In Pourcieux kunnen we van die weg af en zien we meteen een aantrekkelijk pleintje met een bar. De eerste van vandaag. Koffie!

Nu volgen stille weggetjes met niet al te best wegdek en dus heel weinig verkeer. Lekker. Aan de horizon duikt de Montagne Sainte-Victoire op, het iconische bergmassief dat Paul Cézanne (geboren in Aix) vele malen geschilderd heeft. We komen er steeds dichterbij.

In Puyloubier alweer een aardig terras, waar iedereen zit te eten maar wij zonder probleem koffie krijgen.

We zijn intussen veel dichter bij de Sainte-Victoire. Het gebergte is van oost naar west niet langer dan twaalf kilometer maar domineert urenlang onze etappe. De naam schijnt een verfransing te zijn van een oude Keltische naam die nergens bewaard gebleven is; in elk geval had die niets met victorie te maken.


In Le Tholonet, waar Cézanne heel vaak zat te schilderen, zoeken we weer een terras op. Maar de madame komt ons zenuwachtig vertellen dat ze “helaas op dit moment moet sluiten”. Er komen net drie gendarmes met kogelvrije vesten aan. Wij gaan maar snel naar een ander terras en drinken daar onze geliefde limonade ‘Pschitt!’.

In Aix-en-Provence vinden we een bijzonder aardig klassiek hotelletje, Hôtel Cardinal. Hier blijven we morgen ook. Aix moet eens goed bekeken worden.