Arles afficheert zichzelf als de stad van Vincent Van Gogh. Maar zowel het gele huis als het nachtcafé zijn er niet meer. Wel veel Van Gogh prullaria.

De stad kent wel veel leuke straatjes, hoekjes en pleinen.


En natuurlijk heeft Arles z’n historische monumenten. Wij bekijken op onze rustdag er verschillende uitgebreid. De arena was in de Middeleeuwen geheel bebouwd en fungeerde als vesting. Eén de middeleeuwse vestingtorens getuigt daar nog van.


Vandaag zijn we verder gefietst naar Avignon. Het vertrek uit Arles was weinig romantisch: de brug over de Rhône had een bovengronds deel voor de haves (razende auto’s) en een ondergronds deel in stinkende uitlaatgassen voor de have nots (fietsers).

Aan de overkant beginnen we aan een redelijk lange etappe stroomopwaarts langs de Rhône. Op zich niet moeilijk fietsen want praktisch vlak, alleen neemt de keiharde noordenwind Mistral-achtige proporties aan. We moeten onze Santosstuurtjes stevig vasthouden om niet omver geblazen te worden. Ik ben er niet zeker van of het echt de Mistral is want we blijven er allebei best vrolijk onder terwijl ik meestal toch wel last heb van die Föhnwinden.



De sfeer onderweg is anders dan wat we tot nu toe gewend waren. We fietsen over de hoge buitendijk van de Rhône. Om beurten op kop. Je waant je eerder in Holland dan in de Provence. Vlak met weidse uitzichten, alleen in plaats van mais verbouwen ze hier wijnstokken.
Als we aan het eind van de middag Avignon zien liggen zijn we best moe. We lopen het eerste deel van de Rhônebrug over om niet door de wind voor de auto’s te worden geblazen.

Gelukkig heeft het hotel waar we op de heenweg gelogeerd hebben ook nu nog een kamer voor ons.
