We verlaten Córdoba over dezelfde weg als we gekomen zijn: door buitenwijken en het grote industrieterrein.

Het industrieterrein was afgelopen zondag doodstil, maar nu, op een doordeweekse dag, is het er een heksenketel. Maar wij halen zonder kleerscheuren het begin van de Via Verde die ons naar Écija moet voeren. 50 km over een onverhard fietspad: hoe zal dat gaan?

Voordat we aan de camino beginnen zet Joos nog even z’n zadel recht. Op dat moment komt ons een mountainbiker tegemoet (de enige fietser die we deze dag zullen zien) die vraagt of we problemen hebben. En dit pad naar Écija is heel goed te doen hoor! Als ik naar z’n stevige fiets met dikke banden kijk ben ik nog niet overtuigd.

Het eerste deel is behoorlijk stenig en hobbelig. We fietsen tussen metershoge pijlrietvelden. Voordeel van een voormalige spoorlijn: de weg is vlak. In plaats van heuvel op heuvel af rijden we over hoge bruggen en één keer door een lange, donkere tunnel.

Ook een voordeel van zo’n Via Verde: geen auto’s. De hele dag is het doodstil en fietsen we door de natuur.

De weg is lang niet overal zo hobbelig en stenig als in het begin. Net als we geconstateerd hebben dat het goed te doen is, volgt een zeer modderig stuk waarbij we regelmatig van de fiets moeten de berm in.

Om half één hebben we ongeveer de helft van het traject afgelegd en raken we ervan overtuigd dat het zal gaan lukken.

De laatste 10 km is het traject geheel geasfalteerd en gaat het bovendien licht naar beneden. Voor Écija kruisen we nog twee wegen waar auto’s rijden (wel hard!). Voor de bouwers van de Via Verde aanleiding om tot tweemaal toe een fietsbrug aan te leggen die als fietsbrug over het IJ niet zou misstaan!

Dan doemen de torens van Écija op. Écija geldt als de heetste stad van Andalusië. Midden in de zomer is het er regelmatig 45 graden. Maar nu niet. Het is er heerlijk fris.

Écija is ook een stad van Romeinse oorsprong: Astigi.Dat gaan we morgen eens op ons gemak bekijken.