Het is vandaag 1 mei: het koffiezetapparaat werkt ook niet, grapt de madame van de camping bij ons petit dejeuner. Maar dat is snel verholpen. We krijgen een baguette mee met wat camembert voor onderweg en dan kunnen we vertrekken, richting Lac du Verdon. Even blijft het nog vlak; de bergen komen wel steeds dichterbij.

Dan begint de geleidelijke klim naar het Plateau de Valensole. Van 300 naar 600 meter hoogte, meer niet, en rustig stijgend (als je tenminste voor de zuidelijke route kiest, over Valensole zelf). Er steken veel duizendpoten de weg over. We kunnen ze in ons tempo gemakkelijk ontwijken. Als ik stop voor een foto van dichtbij beginnen ze te kronkelen. Volgens mij zijn dat schijnbewegingen, volgens Rienke poseren ze voor de foto.

Hierna blijven we een kilometer of twintig over het plateau rijden. Dit is een van de belangrijkste gebieden van de lavendelteelt. Over een week of zes fiets je hier door wolken van lavendelgeur. Nu ruiken we alleen een perceel waar voor de verandering iets anders groeit: tijm!



In Puimoisson naderen we de oostelijke rand van het Plateau. Pauze voor een drankje. Er wordt verwoed jeu de boules gespeeld naar het terras van Cafe des Arts. De banen zijn afgezet met dikke balken maar niettemin vliegt er terwijl wij daar zitten één keer een boule het terras op. Gelukkig zonder daar iemand te treffen.


Tenslotte duikt Moustiers-Sainte-Marie op. Een druk toeristenoord dat wij als etappeplaats uitgekozen hebben. We eten er heel goed, eigenlijk wel het beste tot nu toe, in het hotel waar we ook slapen: La Bonne Auberge. Doet zijn naam eer aan.

