Gemene klimmetjes

Ik voel me na een dag rust een stuk beter en dus kunnen we weer verder. We nemen afscheid van de madame en verlaten ons Hans-en-Grietje-huisje bij wat toch wel een beetje op een spookkasteel lijkt pas om half 11.

De geplande etappe naar Oraison is immers niet lang en moet gemakkelijk te doen zijn. Maar dat valt uiteindelijk best tegen. Allereerst is er de steile klim terug naar Reillanne. Reillanne heeft zich de kwalificatie village etoilé weten te verwerven. Verderop in de heuvels staat inderdaad een sterrenwacht. Maar gisteravond was het hier bewolkt.

Na Reillanne volgen opnieuw een aantal gemene klimmetjes met daartussen afdalingen waar je weinig aan hebt vanwege het slechte wegdek met veel gaten.

We citeren op onze fietstochten vaak Gerrit Munnik, die in de jaren dertig met z’n kameraad Damhuis op de fiets en met tent naar Palestina is gefietst: “We vielen in kuilen, we stonden weer op en ik zei tegen Damhoes: verdan, verdan en we gingen verdan!”

De klim naar St-Martin-les-eaux valt vervolgens mee. Ooit een thermale badplaats maar daar is nu niets meer van over. Wel lekker water bij onze lunch.

De lange afdaling tot onder Dauphin gaat over een mooie weg en we zoeven naar beneden. Maar dan volgt de route een zeer steile weg omhoog het dorp in, met een nog veel steiler weggetje omlaag Dauphin weer uit. Zwaar en moeilijk te vinden. Twee Franse fietsers komen er ook niet uit.

De laatste 15 km rijden we een stuk boven de Durance. Beneden loopt een drukke verkeersweg. Alle auto’s persen zich over de smalle brug over de rivier naar Oraison. Daar moeten wij ook over. We gooien ons ertussen en gelukkig is er ook nu geen auto bij die fietsers wil doodrijden.

De brug over de Durance

De dag eindigt in een mobilhome op een camping aan de rand van Oraison. We borrelen gezellig samen met twee oudere Brabantse stellen die hier al 15 jaar komen.

‘s Avonds zien we vanuit ons mobilhome de zon in banken ondergaan.

Plaats een reactie