Voordat we (het wat tegenvallende) Béjar verlaten, eerst even een bezoek aan de Farmacía: Rienke heeft flink last van haar keel. Ze geeft de airco in Salamanca de schuld. Angileptol moet helpen.

We volgen de D630, een oude verkeersweg waar nog maar weinig gebruik van gemaakt wordt sinds de snelweg klaar is die er beneden parallel aan loopt. Er is ook een viaverde-traject maar het is ons niet duidelijk in hoeverre dat samenvalt met de Camino en (dus) of het overal wel goed te berijden is. Als we na een kleine omweg door het wat hoger gelegen Puerte de Béjar weer bij de verkeersweg komen, wijst een vrouw ons naar een keienpad dat steil in de diepte verdwijnt: “Camino!” Wij kiezen toch maar voor de verkeersweg.


Pauze met koffie en cookies bij een benzinestation. We lezen in het nieuws dat in Madrid het plein van Puerta del Sol intussen vol tentjes staat: een groot protest tegen onbetaalbare huren en huisuitzettingen. Goede zaak!
De pelgrims op weg naar Santiago moeten blijkbaar ook soms een traject langs de N630 lopen. We passeren er een paar. Je kunt hier volgens ons met meer plezier fietsen dan lopen. Eentje sjokt moedeloos langs de vangrail, een andere zit verderop uitgeblust óp die vangrail.
We zijn intussen al bijna twintig kilometer aan het dalen. We laten de bergen helemaal achter ons. Er hoeft nauwelijks getrapt te worden. We passeren de provinciegrens Castilla Léon – Extremadura! En we zoeven verder.

In Aldeanueva del Camino hebben we een kamer in een ‘casa rural’ op het oog. Daar zijn we al om één uur ’s middags. Dit wordt dus een halve rustdag. Helemaal niet erg, het is een uitstekende habitación.


Hoe kiezen juliie het weer uit. En beter worden , veel beterschap met de keel en veel plezier op jullie volgende etappe
Miekie en Jaap